De CGIAR – een netwerk van internationale landbouwonderzoeksinstellingen – wil tegen 2030 door onderzoek en innovatie de voedsel-, land- en watersystemen transformeren, rekening houdend met de klimaatcrisis. België is al jarenlang een trouwe financier.

Voldoende voedzaam voedsel produceren voor iedereen is en blijft een enorme uitdaging. En dat niet alleen omdat de bevolking wereldwijd blijft toenemen. We verwachten om en bij de 10 miljard mensen tegen 2050 tegenover de zowat 8 miljard vandaag. Maar ook het snel veranderend klimaat en de uitstervende biodiversiteit leggen een zware hypotheek op de voedselproductie. Een wereld zonder honger lijkt dus nog niet meteen in zicht, te meer omdat er in 2021 nog steeds 768 miljoen mensen honger leden. De coronapandemie en de oorlog in Oekraïne verslechterden de situatie.
 

One CGIAR

Maar wist je dat er een netwerk van landbouwonderzoeksinstellingen bestaat dat koortsachtig streeft naar een duurzame en veerkrachtige voedselproductie? Deze zogenaamde CGIAR omvat een 15-tal instellingen die zich al ruim 50 jaar toeleggen op diverse aspecten zoals rijst, tarwe en maïs, vee, gewassen voor droge gebieden, aardappels, water en vis. In totaal is de CGIAR actief in 89 ontwikkelingslanden.

Recent hebben deze instellingen zich hechter aaneengesloten tot ‘One CGIAR’ om nog meer impact te hebben op de voedselproductie wereldwijd. De Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen vormen daarbij het richtsnoer. Essentieel is dat het volledige plaatje niet uit het oog verloren wordt. De verhoging van de productie van kwaliteitsvol en betaalbaar voedsel staat immers niet op zich, ze moet ook gepaard gaan met een toename van biodiversiteit, een stijgende economische groei en een grotere weerbaarheid tegenover de klimaatverstoring. Anders gezegd, de oorspronkelijke doelstelling ‘honger uitroeien’ werd uitgebreid naar de ‘transformatie van ’s werelds voedsel-, land- en watersystemen in een klimaatcrisis’.

De decennialange ervaring in onderzoek en innovatie vormt een belangrijke troef voor de CGIAR. Tal van studies toonden immers aan dat investeringen in landbouwonderzoek aanzienlijke economische en sociale voordelen kunnen opleveren. Bovendien is ze met haar sterke aanwezigheid en langdurige partnerschappen in het Zuiden uitstekend geplaatst om landbouwinnovaties te ontwikkelen. Zeker in Sub-Saharaans Afrika en delen van Zuid-Azië waar voedseltekorten en armoede het hardnekkigst aanhouden.
 

Onderzoek in Nigeria probeert de vraatzuchtige legerworm in te dijken die zich tot 500 km ver verspreidt per generatie. De rups van deze vlinder voedt zich met meer dan 80 gewassen (C. de Bode/CGIAR).

 

5 domeinen

De CGIAR heeft 5 domeinen uitgestippeld – allemaal aan elkaar gelieerd – waar ze dringend haar impact wil verhogen:

  • Voeding, gezondheid en voedselzekerheid
  • Armoedebestrijding, levensonderhoud en jobs
  • Gendergelijkheid, jeugd en sociale inclusie
  • Klimaatadaptatie (= aanpassing aan de onvermijdelijke gevolgen van de klimaatverstoring zoals droogte) en klimaatmitigatie (= voorkomen van klimaatverstoring door minder broeikasgassen uit te stoten)
  • Milieugezondheid en biodiversiteit.

Ze formuleerde daarbij specifieke doelstellingen tegen 2030. Denk aan een betaalbaar en gezond dieet voorzien voor de 3 miljard mensen die nog geen toegang hebben tot veilig en voedzaam voedsel. Of minstens 500 miljoen mensen in plattelandsgebieden uit de extreme armoede tillen. Tevens meer dan 500 miljoen vrouwen versterken opdat ze meer controle krijgen over land en natuurlijke hulpbronnen.
 

België steunt

De CGIAR doet dat niet alleen. Ze werkt samen met ruim 3000 partners: nationale overheden en onderzoeksinstellingen, naast mondiale beleidsorganen, private bedrijven en ngo’s. Haar fondsen zijn afkomstig van een brede waaier aan landen waaronder België. Ons land is al vele tientallen jaren een trouwe financier van de CGIAR. In 2019 was het het 17de grootste donorland. Voor de periode 2022-2024 voorziet ons land 12 miljoen euro, naast bijkomende fondsen via klimaatfinanciering.

De helft van de Belgische steun vloeit naar het algemene budget. De rest werd toegewezen aan een drietal specifieke initiatieven. Eén ervan spitst zich toe op de ontwikkeling van veerkrachtige, klimaatslimme en voedingsrijke voedselsystemen in West- en Centraal-Afrika. Ook hier wordt een holistische kijk gehanteerd. Zo zullen minstens 80.000 kleine boeren toegang krijgen tot voedingsrijke gewasvariëteiten. Minstens 16.000 ervan zullen klimaatslimme praktijken toepassen. Huishoudens zullen gestimuleerd worden om meer voedingsrijke gewassen te consumeren.

Daarnaast zullen 3 miljoen boeren via hun gsm vlot informatie krijgen over het klimaat en de marktprijzen. Ze zullen ook snel gewaarschuwd worden als er problemen dreigen (early warning) met bijvoorbeeld ziekten en plagen. Minstens 20.000 jongeren en 15.000 vrouwen zullen opgeleid worden om een onderneming op te starten.

Een ander initiatief wil een stevige wetenschappelijke basis uitwerken voor een agro-ecologische aanpak. Agro-ecologie betekent dat we voedsel produceren, verwerken en consumeren op een manier die écht duurzaam is. Zij omvat dus het volledige voedselsysteem – van productie tot consumptie. Vanuit een holistische visie wil zij de interacties tussen planten, dieren, mensen én milieu optimaliseren.

Meer specifiek wil dit initiatief agro-ecologische innovaties ontwikkelen en opschalen. Doelgroepen zijn kleinschalige boeren en andere spelers in het landbouw- en voedselsysteem binnen verschillende socio-ecologische contexten. Agro-ecologie is een prioriteit van het Belgisch ontwikkelingsbeleid.
 

De CGIAR produceerde in Malawi een klimaatrobuuste variëteit van zoete aardappel die meer opbrengt. Zoete aardappelboeren verkregen daardoor een hoger inkomen en een voedzamer dieet (© C. de Bode/CGIAR).

Mooie successen

De uitdagingen zijn enorm. Maar de CGIAR kan bogen op tientallen jaren ervaring en kan een rits mooie successen voorleggen. Al die tijd leverde ze cruciale wetenschap en innovatie om de wereld te voeden en een einde te maken aan ongelijkheid. Haar werk bevrijdde honderden miljoenen mensen van honger en armoede en ondersteunde producenten en consumenten met een laag inkomen.

Meer concreet stamt 60% van de zaden die in de tropische landbouw gebruikt worden van onderzoek gelieerd aan de CGIAR. En minstens 6,8 miljoen huishoudens in Zuid-Azië en Afrika telen nu zoete aardappel die veredeld werd voor een hoger vitamine A-gehalte. Variëteiten veredelen met een hogere voedingswaarde is overigens een van de kernactiviteiten van de CGIAR.

België blijft dan ook de CGIAR in volle vertrouwen ondersteunen. Als leider in landbouwonderzoek en landbouwinnovatie voor ontwikkeling heeft ze alle troeven in handen om tegen 2030 het verschil te maken.

 

Bronnen