Zonne-energie, een veelbelovende niche in Senegal

Stories

In West-Afrika is toegang tot elektriciteit niet vanzelfsprekend. Heel wat landen hebben geen andere keuze dan dure fossiele brandstoffen te gebruiken. Senegal is niet bij de pakken blijven zitten en heeft een grootschalig programma voor zonne-energie opgezet, dat bestaat uit projecten om meer energiebronnen aan te wenden en de energiecapaciteit te verhogen en te verbeteren. Via BIO, de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden, helpt België het land deze ambitie waar te maken.

Ten%20Merina%20Dakhar_Presstrip%20BIO-001.jpg
© FPS Foreign Affairs / Bio-Invest

De context

Net als in andere West-Afrikaanse landen heeft slechts een beperkt gedeelte van de Senegalese bevolking toegang tot elektriciteit, 52 procent om precies te zijn. Daar komen nog stroomonderbrekingen bij die kunnen oplopen tot 80 uur per maand. Met een tarief van 0,25 dollar per kilowattuur (kWh) blijft elektriciteit in deze regio bijzonder duur, het tweevoud van het gemiddelde tarief elders in de wereld.

Zo’n hoog tarief sluit heel wat mensen uit van dit onontbeerlijke basiscomfort, zeker in ontwikkelingslanden. Het dag na dag moeten stellen zonder elektriciteit, dat betekent: voeding niet koel kunnen houden, geen zaak kunnen opstarten bij gebrek aan elektrische apparatuur, geen internet, geen communicatie, ‘s avonds niet kunnen studeren of het moet bij het licht van een olielamp zijn... Voor ons ondenkbaar, voor meer dan 1 miljard mensen dagelijkse realiteit. Mede door de grootschalige investeringen die nationale regeringen, de Wereldbank en andere donoren (ontwikkelingsbanken en particuliere fondsen) de voorbije twee decennia hebben uitgevoerd, is de elektrificatie wereldwijd van 75 tot 85 procent toegenomen.

De oplossing

Eind 2017 stelde de regering van Senegal het Plan Sénégal émergent (PSE) voor, waarin ze zich tot doel stelt 20 procent van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen te halen. De regering wil niet alleen voorzien in de energiebehoeften van het land, maar ook meer gezinnen toegang geven tot elektriciteit (vooral op het platteland). Bovendien streeft ze naar lagere productiekosten en een lagere prijs per kWh. Verder wil ze het land minder afhankelijk maken van de schommelingen op de internationale markten en de CO²-uitstoot verminderen.

Een interessante alternatieve bron waarop de regering sinds een aantal jaren inzet maar die nog altijd onderbenut blijft, is zonne-energie. Experten uit de energiesector zijn formeel: deze vorm van energie verlengt aanzienlijk de levensduur van elektrische apparaten, meer bepaald die met elektronische componenten, en is natuurlijk ook goed voor de elektriciteitsfactuur.

 De voorbije jaren is het aantal fotovoltaïsche parken verveelvoudigd, dankzij gezamenlijke investeringsinspanningen van Senegalese of buitenlandse investeringsfondsen met een focus op hernieuwbare energie. Onlangs nam Senegal vier zonne-energiecentrales in gebruik. De meest geavanceerde staat in de gemeente Ten Merina Ndakahr. De Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (BIO) droeg met een financiering van 34,5 miljoen euro bij aan de bouw ervan.

Ten%20Merina%20Dakhar_Presstrip%20BIO-002.JPG
© FPS Foreign Affairs / Bio-Invest

Op de site van 83 hectare die in oktober 2018 werd geopend door president Macky Sall, staat een van de grootste zonne-energiecentrales van West-Afrika. De centrale, die de naam Cheik Anta Diop kreeg, naar de Senegalese historicus die uit deze streek afkomstig was, dekt de energiebehoeften van meer dan 225.000 inwoners tegen een betere prijs dan de thermische centrales.

Behalve dit nieuwe park, waar 30 megawatt (MW) wordt opgewekt, zijn er nog de energiecentrales van Senergy in Santhiou-Mékhé, Senergy II in Bokhol en Malicounda nabij Mbour. Vanuit milieuoogpunt maakt Ten Merina Ndakhar een diversificatie van de energiebronnen mogelijk. In Senegal is energie immers nog altijd voor 90 procent afkomstig van fossiele brandstoffen. Volgens de berekening van BIO zorgen de zonnepanelen die in de plaats komen van op olie gestookte centrales ervoor dat de CO²-uitstoot jaarlijks met 33.300 ton daalt.

Vanuit economisch oogpunt is deze nieuwe energiebron een stimulans voor de lokale economie en levert ze ook belangrijke belastinginkomsten voor het land op. Met het project gaat immers de bouw gepaard van infrastructuur voor de aansluiting op het elektriciteitsnet in opdracht van het Senegalese overheidsbedrijf dat de elektriciteit aankoopt (Senelec). Tot slot is er ook een sociale meerwaarde in die zin dat er minder onverwachte stroomonderbrekingen zullen zijn en de toegang tot bepaalde diensten beter verzekerd is.

Het resultaat

In Senegal is het elektrisch vermogen gestegen van ongeveer 660 MW in 2010 naar 1000 MW halfweg 2017. Het streefcijfer is 1260 MW in 2019. Tot 2014 maakte Senelec verlies. Nu exporteert het bedrijf het stroomoverschot naar Mali. De productiekost is gedaald van 97 F CFA/kWh (15 eurocent) in 2012 naar 44 F CFA/kWh in 2016.

En dat is nog niet alles. Dankzij de toegenomen stroomproductie en met name die uit zonne-energie hebben de klanten van Senelec de elektriciteitsprijs met 10 procent zien dalen, goed voor een besparing van 30 miljard F CFA op de jaarlijkse energiefactuur voor gezinnen en bedrijven.

Volgens regeringsbronnen wil Senegal doorgaan op de ingeslagen weg en een versnelling hoger schakelen inzake de diversifiëring van de energiemix. Daarom wil het land minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen, die nu nog 90 procent van de energiemix uitmaken. Met de bouw van Ten Merina geeft het land ook uiting aan zijn wil om de verbintenissen na te komen die het op de COP21* in december 2015 is aangegaan.

(*) COP = Klimaatconferentie van de Verenigde Naties. De bijeenkomst van 2015 had plaats in Parijs.

Bron(nen)

Partner(s)

  • Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden  (BIO)
  • Société française d’investissement Meridiam / Propraco